Een radiator is gelakt staal dat opwarmt en afkoelt. De ondergrond is glad en niet zuigend, en de laag erop moet meebewegen met het uitzettende metaal. Leidingen werken hetzelfde.

Waarom muurverf hier niet voldoet

Latex is gemaakt voor poreus pleisterwerk: het bindmiddel hecht doordat het in de ondergrond wegzakt. Op gelakt staal kan dat niet. De laag ligt er mechanisch op en komt bij de eerste stookronde los, meestal in vellen vanaf de randen.

Latex blijft daarbij zacht en wordt bij warmte kleveriger, zodat stof zich erin vastzet. De laag werkt niet roestwerend: waar het staal blank ligt, trekt roest eronderdoor.

Hittebestendige systemen en vergeling

Radiatorlak is ingesteld op de temperaturen van een cv-installatie. Kachelpijpen worden veel heter en vragen een siliconenhoudend systeem; gewone radiatorlak verkleurt en verbrandt daar.

Vergeling zit in het bindmiddel. Witte alkydlakken op terpentinebasis oxideren na en kleuren daarbij geel. Warmte versnelt dat, daglicht remt het. Op een radiator komen die factoren samen: het paneel is warm, en de delen zonder licht kleuren het snelst. De achterzijde en de binnenkant van de ribben lopen uit de toon.

Watergedragen radiatorlak op acrylbasis heeft dat bindmiddel niet en blijft wit. Het vloeit minder uit, dus er moet sneller doorgewerkt worden en minder met de kwast overgegaan. Het verschil tussen die twee bindmiddelen staat uitgebreider in watergedragen of oplosmiddelhoudende verf.

De radiator koud en uitgeschakeld

Schilderen op warm metaal gaat mis, ook bij handwarm staal. Het water of oplosmiddel verdampt aan het oppervlak voordat de laag heeft kunnen vloeien. Dat geeft kwaststrepen, aanzetten en pinholes waar damp door de dichtende film ontsnapt. De hechting is slechter, omdat de film sluit voordat hij in de geschuurde krassen is gezakt.

Wij draaien de knop dicht en schakelen bij meerdere radiatoren de installatie uit. Staal houdt warmte lang vast, dus dat gebeurt uren voor het schilderen.

De verwarming blijft daarna uit tot de laag door is. Aanraakdroog en doorgedroogd liggen bij lak dagen uiteen. Vroeg stoken jaagt het achtergebleven oplosmiddel door een gesloten film heen: blaasjes en een langdurige geur. Wij plannen dit werk buiten het stookseizoen.

Ontvetten en schuren van gelakt staal

Het vuil op een radiator komt uit de convectiestroom: fijn stof, keukenvet, handvet.

  • Stof en pluis uit de ribben zuigen, met een smalle mond en een lange borstel.
  • Ontvetten met ammonia of een schildersontvetter, daarna naspoelen. Dit gaat vóór het schuren, anders wrijft u het vet de krassen in.
  • Mat schuren tot de glans weg is. Panelen met fijn schuurpapier, ribben en profielen met een schuurvlies.
  • Schuurstof verwijderen en opnieuw ontvetten.

Waar glans blijft staan, laat de nieuwe laag los. Fabriekspoedercoating en aluminium zijn zo dicht dat schuren te weinig grip geeft; daar gaat een hechtprimer over.

Roestplekken

Roest zit vrijwel altijd op drie plekken: de ontluchtingsnippel, de aansluitingen onderaan en de onderrand van het paneel.

Het staal moet blank. Roest kruipt onder de verf door, dus we borstelen door tot voorbij de kleurrand. Daarna gaat er een roestwerende metaalprimer op, oplosmiddelhoudend: watergedragen materiaal direct op blank staal kan flashrust geven. Een nippel die langs de draad doorlekt laat de roest onder een nieuwe laag lak terugkomen, dus de oorzaak gaat voor de plek.

Spuiten versus kwasten bij ribben

Op een vlak paneelfront werkt een kwast of een kleine schuimroller goed. Het probleem zit in de ribben en de convectorplaten: een kwast komt er niet tussen, en wat er wel in komt blijft als een dikke rand op de rib staan.

Spuiten legt daar een dunne, gelijkmatige film neer, ook op de achterzijde en tussen de platen. Daar staat afschermwerk tegenover: vloer, wand, leidingen en kranen. Die afweging tussen afschermtijd en tijdwinst staat in latex spuiten of rollen. Bovenroosters en zijpanelen zijn los te nemen en los rondom te spuiten. Wat met de kwast moet, krijgt die dun, zodat er geen verf in de nauwe doorgangen ophoopt.

Van de kranen, de wartels, de spindel en de thermostaatkop blijft verf af. Verf op een thermostaatkop isoleert de sensor, waardoor de radiator te lang doorstookt.

Wat laagdikte doet met de warmteafgifte

Verf isoleert. Eén dunne laag doet weinig, maar het effect stapelt bij elke overschildering. Bij een dikke stapel oude lagen gaat er afgifte verloren. Daarom bouwen we dun op en halen we zwaar opgebouwd werk liever af.

Twee zaken wegen zwaarder dan de laagdikte op het front:

  • Dichtgeslibde ribben. Een radiator geeft het grootste deel van zijn warmte af via de lucht die langs de ribben opstijgt. Verf die de doorgang vernauwt, remt die stroom.
  • Metaaleffectlakken. Brons- en aluminiumverf hebben een lage emissiviteit en stralen minder goed dan een matte of zijdeglanzende kleurlaag.

Leidingen

Blank koper en verzinkt staal houden een gewone primer niet vast; daar gaat na ontvetten een hechtprimer voor non-ferro of verzinkt materiaal op. Leidingen werken met de temperatuur mee, dus bij de doorvoer laten we de verf niet doorlopen in de kit of de rozet.

Radiatoren en leidingwerk lopen mee met het binnenschilderwerk in een ruimte, zodat de wanden, de plinten en het staal in één gang klaar zijn. Voor de glansgraad: mat, zijdeglans of hoogglans.