Glansgraad geeft aan hoeveel licht een verflaag spiegelend terugkaatst. Het wordt gemeten met een glansmeter onder een vaste hoek, en de uitkomst loopt van diep mat tot hoogglans. Tussen die twee uitersten liggen de graden die in huis het meest worden gebruikt: zijdemat en zijdeglans.

Achter dat verschil zit de samenstelling van de verf. Een hoogglanslaag bevat verhoudingsgewijs veel bindmiddel en weinig vulstof. Naar mat toe neemt de hoeveelheid matteringsmiddel en vulstof toe. Dat verklaart zowel het optische gedrag van de laag als de reinigbaarheid en de slijtvastheid.

Waarom glans oneffenheden uitvergroot

Een glanzend oppervlak werkt als een onvolmaakte spiegel. Staat het vlak niet zuiver, dan vervormt de weerkaatsing mee en tekent elke afwijking zich af als een lichtlijn. Dat effect wordt het sterkst bij strijklicht: licht dat vlak langs de wand valt, bijvoorbeeld van een zijraam of een spot in het plafond.

Een matte laag verstrooit het licht in alle richtingen. Een plaatselijke bolling of holte levert dan geen afwijkende reflectie op en blijft daardoor onzichtbaar.

Praktische gevolgen:

  • Hoe hoger de glans, hoe vlakker de ondergrond moet zijn. Plamuren en schuren gaan een stap verder, en dat bepaalt een groot deel van de arbeid. Op een wand met scheuren of oude reparaties begint dat bij het herstellen van het stucwerk.
  • Rolstructuur en aanzetten tussen twee stroken zijn in zijdeglans zichtbaar en in mat vrijwel niet.
  • Bijwerken van een beschadiging valt in mat weg. In zijdeglans en hoogglans blijft de overgang te zien en werkt u het hele vlak bij, tot een natuurlijke begrenzing.

Reinigbaarheid en slijtvastheid

Een hoogglans- of zijdeglanslaag is dicht en hard. Vuil blijft op het oppervlak liggen en laat zich met een vochtige doek verwijderen. De laag verdraagt ook mechanische belasting: aanstoten, schoonmaken, handen op dezelfde plek.

Matte latex heeft een open, poreuzer oppervlak. Vuil dringt daar deels in, en wrijven maakt het oppervlak plaatselijk glad. Er ontstaat dan een blijvende glansplek die opvalt zodra er strijklicht op staat. Er bestaan matte latexsoorten die op reinigbaarheid zijn doorontwikkeld, maar de rangorde blijft gelijk: hoe hoger de glans, hoe beter schoon te houden.

Wat per vlak gangbaar is

Plafonds. Mat. Een plafond krijgt bijna altijd strijklicht over de volle lengte, en het is meestal het minst vlakke deel van de ruimte. Elke stucnaad en elke plaatnaad zou in glans meeschrijven.

Woonkamer- en slaapkamerwanden. Mat of zijdemat. In hal, trappenhuis en kinderkamer kiezen wij zijdemat, omdat daar op handhoogte wordt gepoetst.

Keuken en badkamer. Zijdemat tot zijdeglans op de wanden. De dichte film neemt minder vocht op en verdraagt schoonmaken met een ontvetter. In een badkamer houden wij het plafond mat, maar dan in een product dat op condensbelasting en schimmelvorming is afgestemd.

Deuren, kozijnen en traphekken binnen. Zijdeglans is de standaard. Die graad combineert reinigbaarheid met een acceptabele eis aan de vlakheid. Hoogglans is gebruikelijk op stijl- en regelwerk en paneeldeuren in oudere woningen, en vraagt een strak voorbewerkte ondergrond en een lak die vloeit. Op grote gladde vlakken komt hoogglans het best tot zijn recht als het gespoten wordt.

Trappen. Zijdeglans, in een lak die slijtvast genoeg is voor loopwerk. De uitvoering staat in een trap schilderen.

Radiatoren en leidingen. Zijdeglans in een systeem dat warmte verdraagt; zie radiatoren en leidingen schilderen.

Buitenwerk. Kozijnen, deuren en boeidelen in zijdeglans tot hoogglans. De dichte laag houdt vuil buiten, wast af met regen en verweert langzamer. Matte buitenlagen vervuilen sneller en krijten eerder uit. Gevels, stucwerk en beton gaan in mat, omdat die lagen dampopen moeten blijven. De kleur erbij kiezen doet u met een kleur kiezen voor uw gevel en kozijnen.

Waarom een proefvlak meer zegt dan een staaltje

Een staaltje is klein, vlak en machinematig gemaakt. Op uw eigen wand veranderen drie dingen tegelijk: de structuur van de ondergrond, de hoek waaronder het daglicht binnenvalt, en de grootte van het vlak. Dezelfde zijdeglans die op een kaartje rustig oogt, kan op een wand met strijklicht hard worden. Ook de zuigkracht van de ondergrond speelt mee; op een onvoorbehandelde wand droogt dezelfde verf matter op dan op een voorgestreken wand.

Wij zetten daarom een proefvlak: twee volle lagen op de werkelijke ondergrond, met de voorbehandeling die er ook onder komt, en ruim genoeg om over te kijken. Beoordeel dat vlak op verschillende momenten van de dag en kijk er langs in plaats van er recht op. Kunstlicht in de avond hoort bij die beoordeling, want spots en dimlicht laten glans anders uitkomen dan daglicht.

Wij nemen de glansgraad per ruimte en per onderdeel op bij het binnenschilderwerk, zodat de keuze vastligt voordat er verf wordt gekocht.